Garnaalvisserij


De geschiedenis van de garnaalvisserij is een eeuwenoud verhaal. Wat begon als pure overlevingsstrategie voor arme kustbewoners, ontwikkelde zich tot een hooggewaardeerd ambacht. Al in de middeleeuwen werd er langs de kust van de Lage Landen intensief op garnalen gevist. Dit gebeurde toen nog volledig vanaf het strand, men spreekt in dat geval dan ook van zandgarnaal.
Steeknetten
Aanvankelijk werd er met steeknetten gevist. De vissers - vaak vissersvrouwen of arme boeren - liepen tot aan de borst in het water en duwden het net voor zich uit via een houten steel (dromstok) en een horizontale balk (schee) die over de bodem schraapte.

Hybride techniek
Om de inspanning van het duwen te verlichten, kwam men op het idee om naast een duwer ook een trekker in te zetten.

Die ‘trekker’ kon een persoon zijn, maar natuurlijk ook een trekdier zoals een muilezel.

Sleepnetten
Het sleepnet, een trechtervormig net dat ook kor of schrobnet wordt geheten, wordt door de visser te voet achter zich over de zandbodem getrokken.

Vanaf de 16e eeuw zochten de kustbewoners naar manieren om grotere netten te gebruiken en zodoende de opbrengst te verhogen. Omdat het gebruik van grotere netten zwaar werk was werden trekdieren ingezet. Een ketting die onderaan de opening aan de voorzijde van het net over de bodem sleepte, zorgde voor trillingen waardoor garnalen opsprongen.

Planken
Na muilezels gebruikte men de meer robuuste, Brabantse trekpaarden. Die lieten het gebruik van nog grotere netten toe.

De visuitrusting die vóór 1940 werd gebruikt verschilde van de huidige korren. Ze bestond namelijk uit een over de grond slepende plank - de schee - waarop middenin een stok bevestigd was die het net openhield. De huidige korren, die in feite afgekeken zijn van het vistuig dat op boten wordt gebruikt, hebben een opening van 7 à 8 meter en worden opengehouden door twee zijdelingse planken die door de stroming uiteendrijven.
Zeegarnaal
Halverwege de 19e eeuw verplaatste de professionele garnaalvangst zich van het strand naar de open zee. Onder zeegarnaal verstaat men garnaal die vanuit een boot wordt gevist.
Aanvankelijk voeren vissers uit met platbodems of kleine, open zeilbootjes. Ze gebruikten een boomkor, een net dat opengehouden wordt door een houten of ijzeren balk (de boom).
De garnalen werden toen nog levend in manden of netzakken aan de zijkant van de boot in het zeewater bewaard om ze koel te houden, tot men het idee kreeg de garnalen direct aan boord in zeewater te koken, wat zorgde voor de typische smaak en langere houdbaarheid van de grijze garnaal. Omstreeks 1885 werd deze kooktechniek voor het eerst door de vissers van Adinkerke-Panne toegepast.
Moderne tijd
Intussen is het garnaalnet 'hightech' geworden. Waar men vroeger simpelweg zo fijnmazig mogelijk viste om zoveel mogelijk te vangen, ligt de focus nu op het beschermen van de zeebodem en het voorkomen van bijvangst. Moderne garnaalkotters maken gebruik van netten met grotere mazen, lichtere materialen om bodemschade te beperken, en speciale zeeflappen (ontsnappingspanelen). Hierdoor kunnen jonge platvissen en kleine garnalen direct weer levend het net verlaten, wat cruciaal is voor de strenge duurzaamheidseisen zoals het MSC-keurmerk voor Noordzeegarnaal.
Stienestekers

De term stienesteker is een West-Vlaamse samenstelling die verwijst naar vrouwelijke garnaalkruiers uit Oostduinkerke. De etymologische herkomst van het woord bestaat uit twee delen.
Het eerste deel van het woord, 'Stiene', is ontleed aan de naam van een persoon. In de 18de en 19de eeuw trokken de vissersvrouwen uit noodzaak zelf de zee in om garnalen te vangen terwijl hun echtgenoten voor lange periodes op IJslandcampagne waren. Ook bij windstil weer, als er niet kon gezeild worden, was dit dan toch een manier om aan vis te geraken. Stiene gold hierbij als een van de pioniers van deze groep ondernemende vrouwen.
Het tweede deel van het woord, 'steker', verwijst naar de specifieke vistechniek, waarbij de vissersvrouw haar net voor zich uitsteekt. Dit driehoekige steeknet is aan een houten steel bevestigd. Een houten plankje - totemepper, bard of steekbard geheten - wordt op de borst bevestigd. Dit plankje is voorzien van een putje waarin de steel van het net past. Zodoende kan men met het volle lichaamsgewicht het net voor zich uit duwen.
Kruien
Is kruien nu duwen of trekken? De oorspronkelijke betekenis van kruien (of kruwen) was wel degelijk vissen met een steeknet, niet met een sleepnet zoals dat nu aan onze kust gebeurt.
Kruien is synoniem met duwen. Denk maar aan het kruien van het ijs waarbij de ijsschotsen tegen elkaar opduwen, of de kruier met zijn kruiwagen, vroeger vaak te zien aan de loskades. Na WO-1 is men de term ook gaan gebruiken voor het vissen met de kor, een sleepnet.
%20357%20x%20195.jpg)



Comments